Den Haag, 27 mei 2017

 

‘’Zing Arabische liedjes tijdens een verhoor door de politie’’, dat adviseerde strafrechtadvocaat Job Knoester ooit een cliënt. Zijn cliënt had ernstige psychische problemen en was niet goed in staat zijn positie in een grote strafzaak te bepalen. Het is een grondrecht voor burgers om niet mee te werken aan hun eigen veroordeling. Hierbij hoort het recht om geen antwoord te geven op vragen van de politie. Hoewel er verdachten zijn die spreken van ‘’zwijgplicht’’ gaat het natuurlijk om een ‘’zwijgrecht’’. Als een verdachte ervoor kiest van dit laatste recht gebruik te maken stopt strafpleiter Knoester er geregeld minstens anderhalf uur in om te oefenen hoe dat precies moet, vertelt hij aan het Advocatenblad dat op onderzoek uitging.

Het zwijgrecht kan voor verdachten een belangrijk middel zijn bij een poging zoveel mogelijk de regie te behouden, maar het is niet altijd verstandig hier gebruik van te maken. Bij de afweging wanneer moet worden gezwegen of gesproken is ook de fase van het opsporingsonderzoek van belang.

Bron: Advocatenblad.