Tijdens een college dat ik recentelijk gaf op Fontys Hogeschool Journalistiek te Tilburg vroeg een aankomend journalist me of ik nog wel trots was op het Nederlandse rechtssysteem. Ik voelde me betrapt op het moment dat ik me realiseerde stil te zijn. Ik vond de vraag lastig.

Aan dat moment dacht ik op 18 mei 2016 in de trein op weg naar Maastricht waar ik een strafzaak had. Ook passeerden zaken zoals die van Bart van U. en de rampzalige gebeurtenissen die leidden tot het overlijden van Ximena in Den Haag op 25 februari 2012 in mijn gedachten de revue.

Ximena werd om het leven gebracht door een man die kort voor de moord bij behandelinstelling De Waag tevergeefs had aangeklopt. Hij schreef die instelling een brief waarin hij duidelijk maakte nog altijd grote problemen met agressie te hebben. Op die schreeuw om hulp werd niet, althans niet afdoende, gereageerd. Ximena was 15 jaar toen ze uit het leven van haar familie en andere dierbaren werd gerukt.

Op 8 februari 2014 werd Els Borst vermoord. Deze zaak bracht de politiek in beweging. Het waren niet alleen cynici die gevoelens uitten die er op neer kwamen dat het opviel dat pas echt grondig onderzoek werd gedaan naar het ‘’hoe en waarom’’ als het ging iemand uit het politieke midden.

Hoe het ook zij; uiteindelijk kwam de commissie Hoekstra met een vernietigend rapport over het optreden van meerdere instanties. De man die Els Borst van het leven beroofde was een verwarde man die niet de nodige behandeling kreeg toen hij er zelf om vroeg.

Op 20 september 2015 vermoorde een man met geestelijke problemen een medegedetineerde in de gevangenis van Zoetermeer. De in strafrecht en tbs gespecialiseerde advocaat Job Knoester betoogde onder andere in een uitzending van Eenvandaag op 23 december 2015 dat mensen met ernstige geestelijk probleem niet in een gevangenis thuishoren maar in een behandelsetting zoals een tbs-kliniek. Dat is niet alleen beter voor de betrokkene zelf. Ook voor de rest van de samenleving, binnen en buiten de gevangenis, is dat veiliger, aldus de advocaat strafrecht.

Inmiddels zitten we bijna op de helft van 2016. We lezen in de media steeds meer berichten over mensen die behandeling nodig hebben, dat niet krijgen en delicten plegen. Zou er nog een moment komen dat we er van leren vroeg ik me af onderweg naar Maastricht.

De cliënt, laat ik hem Anton noemen, die ik bij zou gaan staan kende ik al heel wat jaren. Meestal is dat geen goed teken. Zo adviseerde het Pieter Baan Centrum in 2009 dat Anton tbs met dwangverpleging zou moeten krijgen. Hij wilde dat niet. De verdediging was succesvol. Het werd geen tbs. Wel kreeg Anton een langdurig voorwaardelijke gevangenisstraf die hij niet hoefde uit te zitten als hij zich aan een aantal voorwaarden hield. Een van die voorwaarden was dat hij zich liet behandelen in een kliniek. Dat mislukte.

Nadat Anton weer op straat kwam viel hij een aantal keer terug in middelengebruik. Hij werd meerdere keren veroordeeld voor geweldsfeiten. Ongeveer twee jaar geleden werd hem opnieuw een verplichte behandeling opgelegd. Dat mislukte. Meerdere keren.

Tijdens de zitting van 18 mei 2016 was officier van justitie ontstemd. ‘’Niemand wil Anton meer’’, aldus het OM. Het lag iets anders.

Om te beginnen was ik ook al in maart 2016 met Anton bij de rechtbank te Maastricht geweest. Tijdens die zitting smeekte hij letter om een goede behandeling in een kliniek. Alle procesdeelnemers vonden dat een goed idee. Ook de reclassering was het er mee eens. Het probleem was dat er op dat moment geen goede plek was. We hoopten allen dat dat wel het geval zou zijn op 18 mei 2016 als de rechtbank opnieuw een zaak van Anton zou behandelen.

Er was een reclasseringsrapport van november 2015 voorhanden waar opvallende dingen in stonden. Zo bleek dat de behandeling in De Woenselse Poort te Eindhoven was mislukt. Daar was mijn cliënt weggestuurd wegens verbaal agressief gedrag. Met professionele stoom uit mijn oren hield ik de rechtbank voor dat de reclassering ook schreef dat de behandeling nog niet begonnen was. Hoe kon men van mijn cliënt verwachten zich zonder behandeling te gedragen als alle deskundigen vonden dat hij behandeling moest ondergaan om te leren zich te gedragen? Nee, in mijn ogen was het de Woenselse Poort die had gefaald.

Vervolgens Is Anton overgeplaatst naar de kliniek De Kijvelanden te Portugaal. De reclassering schreef dat de behandelaars daar betwijfelden of Anton de aangeboden behandeling überhaupt wel begreep. Men betwijfelde of mijn cliënt gelet op zijn intelligentieniveau wel op de goede plek zat. Dat dat niet het geval was bleek mij wel uit het feit dat Anton overstuur raakte toen zijn computer wat lang deed over updates. In die paniek duwde of sloeg hij een medepatiënt. Anton werd op straat gezet. Hoe kon hem dat worden aangewreven als hij op de verkeerde plek was gezet?

Op 17 mei 2016 produceerde de reclassering een nieuw rapport. Wederom werd vastgesteld dat er sprake is van een hoog risico op herhaling van nieuwe gewelddadige delicten. Dat zou, aldus de reclassering, mede komen door een potentiele terugval in middelengebruik en een chronisch hoog spanningsniveau. Er werd een dreigende situatie omschreven. Een gedwongen behandeling werd noodzakelijk geacht. Er was ook een goede kliniek gevonden die met de problematiek van mijn cliënt om zou kunnen gaan; Hoeve Boschoord. Daar was Anton aanvankelijk blij mee. Het probleem was echter een wachtlijst van 6 maanden. Anton zag het om die reden niet meer zitten: ‘’Dan doe ik het alleen. Ik weet zeker dat ik niet ga drinken. Ik heb nu mijn lesje geleerd’’. In zijn goede bedoelingen geloof ik Anton en ik gun het hem dat hij het waarmaakt. Toch schat de reclassering het risico dus anders in.

Mij restte niks anders dan te bepleiten dat, bij veroordeling, de drie maanden die mijn cliënt inmiddels vastzat wel genoeg was voor de ‘’gewone’’ mishandeling en 2 bedreigingen die hij pleegde. Ik kon het niet nalaten daaraan toe te voegen dat, hoewel mijn cliënt beslist betere keuzes had kunnen maken de samenleving hem en daarmee ook zichzelf in de kou liet staan door niet tijdig een goede behandelplek voor hem te hebben. Wat het des te erger maakte was het gegeven dat eerder deze week berichten in de media verschenen dat juist in de kliniek waar er voor Anton een wachtlijst van zes maanden was wel patiënten op vrijwillige basis zaten.

De rechter was het in zoverre met me eens dat de tijd er voor Anton op zat. Hij werd meteen vrijgelaten. De man met het, volgens de reclassering, hoge risico op herhaling van nieuwe geweldsdelicten. Hij bezwoer een ieder geen nieuwe fouten te maken.

Misschien is nog wel het ergste dat ik veel meer namen had kunnen opschrijven. Gevallen zoals die van Anton zijn er veel te veel. Voor hen en de rest.

Na de zitting bezocht ik de heerlijke binnenstad van Maastricht. Op weg naar het station mijmerde ik over de vraag wanneer ik er weer zou zijn. En of dat dan privé of zakelijk zou zijn.