Den Haag, 25 oktober 2020

Aangrijpende vermissing Sophia Koetsier

Het aangrijpende verhaal van de vermissing van de studente geneeskunde Sophie Koetsier vijf jaar geleden in Oeganda is op 23 oktober 2020 door Bram Endedijk en Freek Schravesande van het NRC opgetekend. Zij spraken uitgebreid met Marije Slijkerman, de moeder van Sophia.

Stichting Find Sophia

Sophia liep als geneeskundestudent stage in een ziekenhuis in Oeganda. Tijdens een reis door het land daarna raakte ze in 2015 vermist. Haar ouders zoeken onophoudelijk naar antwoorden. Marije Slijkerman reisde inmiddels veertien keer naar Oeganda. Ze wil het onderzoek in beweging houden en spaart geen middel. Ze sprak zelfs met de president van het Afrikaanse land, Yoweri Museveni. Ook richtte Marije de stichting Find Sophia op.

Sporenbeeld

In gesprek met het NRC legt Marije Slijkerman uit waarom de aangetroffen sporen in het toeristische wildpark Murchison Falls niet passen bij het scenario dat Sophia is aangevallen door een wild dier. Ook de conclusie van de politie dat het om een ongeluk zou gaan wijst Marije aan de hand van het sporenbeeld en haar kennis van Sophia van de hand.

Geen deugdelijk justitieel onderzoek

Langere tijd vond geen deugdelijk onderzoek door justitie plaats. Dat was niet alleen in Oeganda het geval. In Nederland was de vermissing na 3 maanden bij de politie in Amsterdam nog onbekend. Leidinggevende bij het Openbaar Ministerie in Oeganda Jane Frances Abodo vindt ook een aanval door een wild dier niet aannemelijk. Zij ziet dat de moeder nu niet kan rusten. Inmiddels is een rechtshulpverzoek aan Nederland gedaan voor steun bij een onderzoek naar moord, ontvoering of vrijheidsberoving. Marije Slijkerman heeft zelf al het forensische onderzoeksbureau IFS ingeschakeld om DNA-onderzoek te laten doen.

Onderzoek aan achterblijvers overlaten moreel niet te verantwoorden

Advocaat Job Knoester staat de familie van Sophia bij. Hij meent dat het niet moreel te verantwoorden is dat de Nederlandse staat het onderzoek voor een belangrijk deel aan de familie overlaat. In de tientallen soortgelijke zaken die hij de afgelopen jaren deed zag hij dat achterblijvers het lang niet altijd eens zijn met conclusies van justitie. Ze hebben vervolgens geen goede juridische mogelijkheden zoals veroordeelden van ernstige feiten die wel hebben. Veroordeelden kunnen in bepaalde omstandigheden hun zaak voorleggen aan een onafhankelijk instituut: de Adviescommissie Afgesloten Strafzaken (ACAS). Nabestaanden en achterblijvers ontberen een dergelijke route. In januari 2020 stelde minister Grapperhaus in een reactie op Kamervragen nog dat er voldoende mogelijkheden zijn voor nabestaanden. Dat zou dan ook voor achterblijvers moeten gelden. De minister doelde hierbij op zogenaamde reflectiekamers die reviews houden. Strafrechtadvocaat Knoester bestempelt dat als een slager die zijn eigen vlees keurt. Ook in deze reflectiekamers zitten medewerkers van politie en het Openbaar Ministerie. Het Openbaar Ministerie onderzoekt dan het Openbaar Ministerie. Bovendien hangt er veel geheimzinnigheid omtrent de werkwijze en invulling van deze reflectiekamers.

Bron: het NRC